
Bij VILD speel je voor het inslapen een korte droomscène af waarin je beseft dat je droomt. Hier leer je de techniek stap voor stap en lees je wanneer hij beter bij je past dan MILD.
Bij VILD bereid je de lucide droom voor voordat je inslaapt. Je bouwt in je hoofd een korte scène, speelt die een paar keer af en beleeft daarin telkens het moment waarop je beseft dat je droomt. Duikt later in een droom iets vergelijkbaars op, dan is dat moment al geoefend.
VILD is nauw verwant aan MILD. MILD legt je intentie vast in een zin en voegt er een korte scène aan toe, terwijl VILD van de scène de hele oefening maakt. Voor mensen die zich dingen makkelijk kunnen voorstellen, geldt dat als de eenvoudigste ingang.
Hier lees je hoe je VILD stap voor stap oefent, hoe een goede scène eruitziet en wat je in de eerste nachten kunt verwachten.
VILD staat voor Visual Induction of Lucid Dreams, in het Nederlands ongeveer “visuele inductie van lucide dromen”. Op Engelstalige fora heet dezelfde methode ook Visually Incubated Lucid Dream. De techniek komt uit de community van lucide dromers, MILD daarentegen uit het slaaponderzoek aan Stanford University.
De kern is één enkele scène die je voor het inslapen steeds opnieuw afspeelt. Daarin zitten twee dingen: een plek die als een droom aanvoelt, en het moment waarop je daar beseft dat je droomt.
VILD steunt op twee mechanismen.
Het eerste is het prospectief geheugen, dus het vermogen om je een intentie te herinneren zodra de juiste aanleiding zich voordoet. Een intentie als “Vannacht herken ik dat ik droom” blijft abstract zolang ze nergens aan vastzit. De scène geeft haar een concrete plek en een concreet verloop. Lijkt een droom later op die scène, dan hoort het geoefende besef mee terug te komen.
Het tweede is de timing. Tegen de ochtend worden de REM-fasen, dus de slaapfasen met de levendigste dromen, steeds langer. Oefen je VILD na vijf tot zes uur slaap, dan ligt de scène vers in je geheugen op het moment dat de langste droomfasen van de nacht beginnen. Hoe dat verloopt, lees je in Je slaapcyclus begrijpen.
Er is nog geen onderzoek dat VILD op zichzelf heeft getest.
Het belangrijkste bouwblok is wel goed onderzocht. De visualisatie waarin je je voorstelt dat je in de droom beseft dat je droomt, is een vast onderdeel van MILD, dat Stephen LaBerge in 1980 ontwikkelde. In de International Lucid Dream Induction Study (Aspy, 2020) met 355 deelnemers hadden de groepen die MILD met WBTB oefenden, in de oefenweek gemiddeld in 16,5% van de nachten een lucide droom.
Of VILD net zo goed werkt, is daarmee nog open. Zoek je de techniek met het sterkste onderzoek erachter, begin dan met MILD.
Bereid de scène het liefst 's avonds voor, zodat je hem 's nachts alleen nog hoeft op te roepen. Kies een plek die als een droom aanvoelt. Die mag vertrouwd zijn, zoals het huis van je grootouders, of duidelijk onmogelijk, zoals een stad waar je overheen vliegt. Scènes waarin toch al iets vreemds gebeurt werken goed, want dan heeft de gedachte “Dit is een droom” een natuurlijke aanleiding.
Houd de scène kort. Twintig tot dertig seconden is genoeg. Je speelt hem straks vele keren achter elkaar af, en een kort verloop kun je makkelijker precies herhalen.
Loop de scène één keer langzaam door en voeg details toe. Wat zie je? Wat hoor je? Hoe voelt de grond onder je voeten, en de lucht? Welke sfeer heeft de plek?
Hoe meer zintuigen meedoen, hoe levendiger de scène wordt en hoe meer hij op een droom lijkt.
Dit is de belangrijkste stap. Ergens in de scène merk je dat er iets niet klopt en besef je dat je droomt. Het makkelijkst lukt dat met een realiteitscheck, dus een kleine test waarmee je nagaat of je droomt. Je knijpt je neus dicht en kunt toch ademen. Je kijkt naar je handen en telt zes vingers. Of je vraagt je af hoe je op deze plek bent gekomen en merkt dat je het niet weet.
Neem de tijd voor dit moment. Zeg in de scène tegen jezelf “Dit is een droom” en voel hoe het is om dat te weten. Zonder dit moment blijft de oefening een prettige dagdroom.
Je kunt VILD ook 's avonds bij het slapengaan oefenen. Net als bij MILD zijn je kansen na vijf tot zes uur slaap wel groter, omdat dan de lange REM-fasen beginnen. Zet een wekker, blijf een paar minuten wakker en ga weer liggen. Hoe lang de wakkere periode moet duren en hoe vaak die zinvol is, lees je in het artikel over de WBTB-methode. Kort gezegd: hooguit twee tot drie nachten per week, zodat je slaap er niet onder lijdt.
Ga liggen, sluit je ogen en speel de scène af van het begin tot het moment van besef. Begin dan opnieuw. Houd het verloop bij elke ronde precies hetzelfde.
Op een gegeven moment vervagen de beelden, of verandert de scène vanzelf. Meestal is dat een teken dat je in slaap valt, en precies daar wil je naartoe. Laat het gebeuren. Dwalen je gedachten eerder af, keer dan rustig terug naar het begin van de scène.
In de eerste nachten val je waarschijnlijk midden in de scène in slaap zonder het te merken. Dat is geen fout: de scène heeft je de slaap in begeleid.
Veel beoefenaars vertellen dat de scène eerst opduikt in een gewone droom. Je staat weer op de plek die je hebt geoefend en merkt niet dat je droomt. Dat is een goed teken, want de scène is in de droom aangekomen. Schrijf zulke dromen op in je droomdagboek, zodat je de scène de volgende keer in de droom opmerkt. Word je wakker uit zo'n droom, blijf dan stil liggen. Dat moment is je kans voor DEILD, dus om direct terug de droom in te glijden.
Reken op minstens twee weken regelmatig oefenen voordat je de techniek beoordeelt. Hoe snel hij werkt, verschilt van persoon tot persoon.
Het moment van besef weglaten. Zonder dat moment oefen je een dagdroom. De gedachte “Dit is een droom” hoort in elke ronde.
Beelden forceren. Wie zich inspant om de scène haarscherp te zien, blijft wakker. Vage beelden zijn genoeg, zolang het verloop klopt.
Geen droomdagboek bijhouden. De meeste dromen vervagen kort na het wakker worden, ook de dromen waarin je scène voorkwam. Als je ze opschrijft, zie je na een paar nachten of de scène in je dromen opduikt. Hoe je je dromen beter onthoudt, lees je in Dromen beter onthouden.
VILD staat voor Visual Induction of Lucid Dreams, op fora ook Visually Incubated Lucid Dream genoemd. Beide namen bedoelen dezelfde techniek: voor het inslapen speel je een scène af waarin je beseft dat je droomt.
In het begin wel, want een scène die je meerdere nachten op dezelfde manier oefent, prent zich beter in. Wissel pas als hij je verveelt, en bouw het moment van besef in elke nieuwe scène in.
Bouw de scène dan op met je andere zintuigen: hoe de plek aanvoelt, wat je hoort, welke sfeer er hangt. Sommige mensen zien helemaal geen innerlijke beelden; het onderzoek noemt dat afantasie (Zeman et al., 2015). Voor hen is MILD met een duidelijke zin of SSILD vaak de makkelijkere weg.
Ja, en daarvoor heb je geen wekker nodig. De kansen zijn wel kleiner, omdat de eerste helft van de nacht vooral uit diepe slaap bestaat en de lange REM-fasen pas tegen de ochtend komen.
Voor VILD zijn daar geen onderzoeksgegevens over, en het verschilt van persoon tot persoon. Reken op minstens twee weken regelmatig oefenen. Een eerste teken is dat de scène in je dromen opduikt, ook als je in die dromen nog niet lucide wordt, dus nog niet beseft dat je droomt.
Beide zetten voor het inslapen een intentie. MILD legt die vast met een zin en met de droom die je net had, VILD met een scène die je vooraf zelf hebt gebouwd. MILD is veel beter onderzocht. VILD past misschien beter bij je als een mantra te abstract blijft of als je je na het wakker worden zelden een droom herinnert, want je scène ligt dan al klaar.
Ja, als je je scènes goed kunt voorstellen. VILD is veel toegankelijker voor beginners dan WILD en vraagt geen ervaring, alleen een paar minuten voorbereiding 's avonds en een droomdagboek, zodat je ziet of de scène in je dromen aankomt.
VILD maakt van de intentie om in een droom lucide te worden een scène die je voor het inslapen steeds opnieuw afspeelt. De techniek berust op hetzelfde mechanisme als MILD en past bij iedereen die zich dingen makkelijk kan voorstellen.
De methode in het kort: 's avonds een korte scène met een moment van besef bouwen, na vijf tot zes uur slaap kort wakker worden, de scène tijdens het weer inslapen onveranderd herhalen en dromen waarin hij opduikt in je droomdagboek noteren.
Geef VILD twee weken, dan weet je of de techniek bij je past.